Vergunning&Dakkapel

Specialist in tekeningen en aanvraag van de vergunning voor elk type dakkapel! Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem geheel vrijblijvend contact met ons op!

Vul het formulier in en wij nemen contact op!

Welstandsnota omgevingsvergunning dakkapel Spijkenisse

Welstandseisen zijn eisen aan het uiterlijk van bouwwerken, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De gemeente wil de kwaliteit van bestaande en toekomstige bouwwerken zo goed mogelijk bewaken. De welstandscommissie ziet toe op het behouden van deze kwaliteit. Om een omgevingsvergunning te krijgen, moet het bouwwerk voldoen aan redelijke eisen van welstand. Dat geldt niet voor plannen die in een welstandsvrij gebied liggen: dan wordt er niet getoetst. In de welstandsnota ziet u welke regels geldig zijn in verschillende gebieden. U leest daar ook meer informatie over de criteria, het beleid en de commissie.

Voor meer informatie over het plaatsen van dakkapellen kunt u kijken in onderstaande brochure:

Ministerie van VROM – Brochure over dakkapellen  (PDF, 563 KB)

Onderstaande tekst komt Welstandsnota Spijkenisse 2010, tweede herziening 2014

In deze nota worden slechts de welstandstechnische aspecten van een (bouw)aanvraag behandeld. Naast de beschreven welstandseisen dient een (bouw)aanvraag ook te worden getoetst aan andere wettelijke vereisten, zoals het bouwbesluit, het geldende bestemmingsplan en de bouwverordening. Dit betekent dat indien een bouwwerk is toegestaan op basis van deze Welstandsnota, dit niet wil zeggen dat het automatisch voldoet aan andere wettelijke criteria.

Dakkapellen, Welstandsnota Spijkenisse

3. Sneltoetscriteria

Sneltoetscriteria zijn bedoeld voor kleine bouwplannen die vaak voorkomen en waarvan het voor aanvrager handig is om tevoren te weten wat in elk geval wordt goedgekeurd.

Wanneer een bouwaanvraag niet voldoet aan de sneltoetscriteria of er zijn geen sneltoetscriteria geformuleerd, betekent dit niet dat het niet kan worden gerealiseerd. Als het plan niet valt onder de criteria voor ambtelijk toetsen dient het plan aan de externe welstandscommissie voorgelegd te worden.

Voor sommige kleinere bouwplannen is geen vergunning nodig. Welke plannen vergunningvrij zijn en onder welke voorwaarden dat is, wordt nader bepaald door het ministerie van VROM.

3.1 Sneltoetscriteria niveau 1

Voor gebieden en objecten die van grote invloed zijn op het stadsbeeld van Spijkenisse is niveau 1 van toepassing.

a. Woonwijken en bedrijventerreinen

Kleine en middelgrote ingrepen moeten aansluiten op de karakteristieken van hun omgeving qua architectuur, detaillering, kleur en materiaal. Verwezen wordt naar de algemene criteria voor niveau 1 met als aanvulling onderstaande verbijzonderingen:

  • Algemeen sneltoetscriterium: Indien een bouwplan een kopie is van een plan dat na deze beleidswijziging voor dit gebied is goedgekeurd of dat eerder met een positief welstandsadvies is uitgevoerd, wordt het eveneens geacht te voldoen aan het welstandsbeleid. Reeds goedgekeurde opties: Voor opties die bij nieuwe ontwikkelingen zijn ontworpen door de architect en zijn goedgekeurd door de (externe) welstandscommissie behoeft geen nieuw welstandsadvies te worden gevraagd.
  • Sneltoetscriterium dakkapel aan de voorzijde:Dit hangt af van de bouwstijl van het betreffende pand of van het gebied, en verschilt dus per gebied.Er zijn 3 soorten: staande dakkapellen, liggende dakkapellen, en overigen. De staande dakkapel is smal en hoog en hoort bij klassieke of traditionele architectuur. De liggende dakkapel is plat en breed en hoort bij de vroegmoderne bouwkunst: 30er jaren architectuur, Amsterdamse School, Het Nieuwe Bouwen, en De Stijl. De gewone dakkapel hoort bij de naoorlogse bouw, voor zover niet traditionalistisch.Staande dakkapellen zijn hoger dan breed. Breedte maximaal 1,2 m. Hoogte 1,5 m – 1,8 m. Boeiboord beperken tot 25 cm hoogte. Zijwangen van plaatmateriaal in passende kleuren, zonder zichtbare bevestigingsmiddelen. De dakkapel mag in de dakvoet staan en maximaal 0,5 m boven de dakrand. De afstand tot kepers, woonhuisscheidende muren of eindgevels moet minstens 75 cm zijn.

    Liggende dakkapellen zijn minder hoog dan breed. De hoogte is maximaal 1,5 m en de breedte minstens 1,6m. De afstand tot kepers, woonhuisscheidende muren of eindgevels is minstens 0,75 m. Deze dakkapellen zijn typerend voor de periode 1920-1940. De dakkapel staat minstens 50 cm onder de nok. Als het dak uitkraagt staat de dakkapel minstens 50 cm boven de goot. Het boeiboord is maximaal 15 cm en kraagt minstens 15 cm uit aan alle kanten.

    De overige dakkapellen: Hoogte maximaal 1,5 m; breedte maximaal 2/3 van de gevelbreedte; boeiboord maximaal 25 cm. Zijwangen van plaatmateriaal in passende kleuren, zonder zichtbare bevestigingsmiddelen. De afstand tot kepers, woonhuisscheidende muren of eindgevels moet minstens 75 cm zijn. De dakkapel staat minstens 50 cm boven de goot en onder de nok.

     

  • Sneltoetscriterium dakkapel aan de achterzijde en de zijkant niet naar publiek domein gekeerd:Een dakkapel voldoet aan de sneltoets als deze qua vormgeving en afmeting het zelfde is als een dakkapel dat is geplaatst op een zelfde type woning van het zelfde bouwblok en waarvoor reeds eerder een vergunning is verleend. Een dakkapel op een doorgaand dakvlak over meerdere verdiepingen mag qua afmeting en vormgeving niet groter zijn dan een vergunningsvrije dakkapel.Voor een dakkapel op een woningproject in ontwikkeling dient de goedgekeurde optietekening van het betreffende woningproject te worden aangehouden.Hoofdvorm dakkapel:

    Hoogte van de dakkapel maximaal 175 cm.

    Onderkant van de dakkapel tussen 50 cm en 100 cm boven de vloer.

    Bovenkant van de dakkapel minimaal 1 dakpan onder de nok.

    Zijkant van de dakkapel meer dan 50 cm uit de perceelsgrens of de zijgevel.

    Dakrand maximaal 25 cm hoog.

    Dakoverstek maximaal 20 cm.

    Dakkapel voorzien van een plat dak.